De Griekse onroerendgoedbelasting toegelicht.
 
De Griekse belastingdienst kan het momenteel niet leuker maken met een nieuwe onroerendgoedbelasting voor huizen. Op 11 september 2011 kondigde het ministerie van Financiën een nieuwe belasting aan voor al het onroerend goed in Griekenland om zich te kwalificeren voor de volgende reddingsoperatie. De opbrengsten worden geschat op 2-3 miljard euro en treft 5.1 miljoen onroerend goed objecten. Ondanks dat de regering geadviseerd werd om de tarieven betaalbaar te houden, werden deze drie dagen na de aankondiging al verdubbeld van 0,50 euro tot 10,00 euro's per vierkante meter naar 0,50 euro tot 20,00 euro's per vierkante meter, afhankelijk van de regio waarin het onroerende goed zich bevindt.

 
Wie betaalt?

Alle personen die onroerend goed bezitten, commercieel of privé gebruik, al dan niet woonachtig in Griekenland. Het is geen vermogensbelasting zoals het ministerie het noemde en de tarieven zijn niet inkomensafhankelijk. De regio bepaalt het tarief per vierkante meter en iedereen in die regio betaalt in principe hetzelfde, ongeacht of je werkloos bent of tot de rijke elite behoort. Echter kwetsbare groepen kunnen in aanmerking komen voor het laagste tarief. Onder 'kwetsbare groepen' worden verstaan: langdurig werklozen, gehandicapten en grote gezinnen (4 of meer kinderen) met een bepaalde inkomensgrens, alléén als de woning minder dan 200 vierkante meter is én is gelegen in niet- welvarende gebieden. Onroerend goed in Griekenland is ingedeeld in zone- tarieven. De tarieven worden bepaald door factoren zoals het gebied (Athene, Macedonië / Thracië, eilanden en het vasteland) en de exacte locatie (straat) van het onroerend goed. Men kan dit verifiëren bij de Griekse belastingdienst in de regio waar het onroerend goed zich bevindt.

De belasting wordt aan het eind van het jaar berekend en u kunt de te betalen belasting downloaden van het internet via uw accontant. U kunt er voor kiezen het volledige bedreg te betalen of gebruik maken van betaling in termijnen.

Hoeveel belasting?

Hoeveel u betaalt hangt af van drie factoren:
de grootte van het onroerend goed (totale oppervlakte staat in m²/Tµ op de elektriciteitsrekening).
de locatie van het onroerend goed (zone tarief/ TIMH ZΩNHΣ).
de leeftijdsklasse van het onroerend goed (bouwjaar).

Locatie van het onroerend goed: 

De zone bepaalt hoeveel euro’s per vierkante meter in rekening worden gebracht, de zone vindt men op de elektriciteitsrekening onder TIMH ZΩNHΣ. De meeste zones zitten tussen de 0 en 500.
 
Zone tarief Euro's per vierkante meter
voor kwetsbare groepen 0,50
0-500 3
0501- 1000 4
1001- 1500 5
1501- 2000 6
2001- 2500 8
2501- 3000 10
3001- 4000 12
4001- 5000 14
5001> hoger 16


Leeftijdsklasse:

Onroerende goederen tussen 0 tot en met 25 jaar oud zullen worden belast met een toeslag van 5-25 procent, omgekeerd evenredig met de leeftijd. Hoe jonger de woning hoe hoger het percentage, hoe ouder de woning hoe lager het percentage. De tabellen zijn gepubliceerd door het ministerie van Financiën en het percentage is uitgedrukt in een coëfficiënt voor de vermenigvuldiging. 64 procent van de woningen zijn meer dan 25 jaar oud en slechts 2 procent is gebouwd in de afgelopen 5 jaar.
 
Leeftijd maal Toeslag (%)
26 jaar > 1 Geen
20-25 jaar oud 1,05 5
15-19 jaar 1,1 10
10-14 jaar oud 1,15 15
5-9 jaar oud 1,2 20
0-4 jaar oud 1,25 25
 
 
  
Hoe wordt het berekend?

Aantal vierkante meters x €___ (gebaseerd op zone tarief) x ____toeslag (op basis van de leeftijd van het onroerende goed).
Rekenvoorbeeld: Een woning in Halandri heeft een oppervlakte van 80 vierkante meters, zone tarief 2000 per vierkante meter, huis is 20 jaar oud. Aldus moet worden betaald: 80 x € 6 x 1,05 = € 504 voor 2011.
De belastingen zullen in 2 termijnen over het jaar 2011 worden geïnd; oktober 2011 en februari 2012. Over 2012 wordt het bedrag in 4 termijnen geïnd.

Vrijstellingen:
  • Kerken, kloosters en andere religieuze gebouwen gedefinieerd als plaatsen voor religieuze diensten, waarbij residentiële of commerciële eigendommen van de Griekse kerk niét zijn vrijgesteld.
  • Staatseigendommen.
  • Ambassades / consulaten.
  • Non-profit en charitatieve organisaties die het onroerend goed gebruiken uitsluitend voor een religieuze, artistieke, educatieve of sociale behoefte.
  • Fabrieken..
  • Amateursportclubs, verenigingen en federaties die wettelijk zijn erkend als sportfaciliteit.
  • Begraafplaatsen, openbare begraafplaatsen.
  • Historische en archeologische monumenten.
  • Leegstaande bedrijfsgebouwen met geen evidente elektriciteitsvoorziening.
  • Gemeenschappelijke ruimtes van flatgebouwen.